Wat
is dat nu eigenlijk zo'n brassband?
Brassband is letterlijk vertaald “koperorkest”
of “een orkest dat is samengesteld uit
koperen blaasinstrumenten”. Het aantal
spelers en de samenstelling is vrij nauwkeurig
bepaald en dat is al zo sinds deze orkestvorm
ontstond. Zo rond 1850 werden de koperen blaasinstrumenten
verder uitgewerkt. Tot dan toe was het op zo'n
instrument alleen mogelijk signalen en fanfares
te spelen. De uitvinding van de zogenaamde ventielen
maakte het mogelijk melodieën te spelen.
Het was in Engeland waar voor het eerst een
brassband werd gevormd.
Het meest gekende koperinstrument, de trompet,
komt echter niet in een brassband voor. Een
brassband maakt namelijk gebruik van cornetten
in plaats van trompetten. Deze zijn conisch
gebouwd en klinken zachter dan de cilindrisch
gebouwde en scherp klinkende trompet. De volgende
instrumenten komen voor in een Brassband: de
cornet (Eb en Bb), de bugel, de alto, de bariton,
de euphonium, de trombone, de bastuba (Eb en
Bb) en een vrij uitgebreide slagwerkbezetting.
In een zogenaamde standaardbezetting zijn de
aantallen als volgt: 1 Eb-Cornet, 5 Bb Solo-Cornetten,
1 Bb Repiano-Cornet, 2 Bb Tweede-Cornetten,
2 Bb Derde Cornetten, 1 Bugel, 3 Alto’s,
2 Baritons, 2 Euphoniums, 2 Trombones, 1 Bastrombone,
4 Bastuba's en diverse slagwerkinstrumenten
zoals grote trom, kleine trom, pauken, allerlei
bekkens, klokkenspel, xylofoon, marimba enz.
Sinds het ontstaan van de Brassband is er weinig
tot niets gewijzigd in de bezetting. Echter
is er een duidelijke evolutie te herkennen in
het brassband-repertoire. In de beginperiode
werden er vooral arrangementen van klassieke
muziek gespeeld. In 1913 was er de eerste oorspronkelijke
compositie voor brassband en die is tot op heden
uitgegroeid tot een enorm breed repertoire.
Brassbandcomponisten komen veelal uit die landen
waar ook deze orkestvorm te vinden is, namelijk
Engeland, Ierland, Schotland, Wales, Noorwegen,
Zweden, Denemarken, Zwitserland, Nederland,
Nieuw-Zeeland en België. Inderdaad, ook
België hoort zeker in dit rijtje thuis.
Veel van de eerste brassbands waren verbonden
aan de talrijke (Noord-) Engelse kolenmijnen.
Om de hardwerkende mijnwerkers wat afleiding
te bezorgen werden vanuit de mijnen muziekgroepen
opgericht. En voor de gemiddelde mijnwerker,
meestal toch vrij stevige lui, is een koperen
blaasinstrument geschikter dan bijvoorbeeld
een viool of een klarinet. De bedrijfsband was
meteen ook een uitstekend visitekaartje voor
de mijn. Dat idee leidde al snel tot een fenomeen
dat tot op de dag van vandaag de brassband-sector
beheerst: Brass Band Championships.
Voor een dergelijke wedstrijd studeren verschillende
bands uit het hele land (of zelfs van over de
landsgrenzen) een verplicht en/of keuzewerk
in en laten vervolgens door een bekwame jury
beoordelen welke band het beste is. Net door
deze wedstrijden kent het brassbandrepertoire
een continue groei, dank zij compositieopdrachten
voor die wedstrijden. Er is bijna geen componist
denkbaar, tot op de dag van vandaag, die niet
de kans heeft gegrepen een werk te schrijven
voor één van de brassbandkampioenschappen
in Groot Brittannië, Scandinavië,
de Benelux, Zwitserland en sinds een aantal
jaren ook Frankrijk. Grote namen als Philip
Sparke, Darrol Barry en Elgar Howarth hebben
werken voor brassband geschreven. Bovendien
is er een enorme hoeveelheid muziek geschreven
vanuit het Leger des Heils (the Salvation Army),
die ook van de brassband-bezetting gebruik maakt
voor haar orkesten.
Naar Engels voorbeeld worden meer en meer Belgische
bands gevormd. De huidig regerende Europees
kampioen is trouwens een band uit België
Brassband Willebroek, met als dirigent Frans
Violet en waaronder enkele leden uit deze Brassband
Bacchus. Andere bekende Belgische bands zijn
Brassband Buizingen, Brassband Kortrijk en Brassband
Metropole.
Met de groei van de brassbands komen ook de
componisten en arrangeurs die prachtige stukken
schrijven. Veel popnummers behoren nu ook tot
het repertoire, maar tevens worden nog steeds
"klassieke" stukken door brassbands
gespeeld. Over het algemeen vallen de originele
werken voor brassband voor kenners het meest
in de smaak, wat niet meer dan logisch is.
Verder is het opvallend dat veel blazers van
de brassbands soms grote afstanden afleggen
om op repetities en concerten aanwezig te zijn.
Een brassbandmuzikant is typisch een gedreven
muzikant die graag en veel musiceert en daarom
meestal actief is in verschillende orkesten.
Zo ook bestaat Brassband Bacchus uit gedreven
muzikanten die ervan houden om samen te musiceren
en zijn er muzikanten van over heel België
en zelfs uit Nederland. Het is dankzij deze
gedrevenheid en dankzij het vele repeteren,
dat een dergelijk hoog niveau kan worden behaald
in brassbands.